Aanmelden
 Wachtwoord vergeten?

Boos worden mag, maar hoe?

Gepubliceerd door Renske Oskam op:
maandag, 26 september 2011

Saskia (12 jaar) zit samen met haar broertje Jasper (9 jaar) voor de televisie. Saskia heeft de afstandsbediening en zapt totdat ze iets leuks ziet. Jasper wil iets anders zien en gaat voor de televisie staan. Saskia vraagt of hij aan de kant wil gaan, maar Jasper weigert. Ze denkt bij zichzelf: ‘blijf rustig’. Jasper blijft doorgaan. Saskia probeert rustig te blijven. Nu zet Jasper ook het geluid zachter. Saskia blijft rustig, ze probeert alles te negeren, maar eigenlijk kookt ze van binnen. Jasper blijft maar doorgaan en begint nu ook met kussens naar haar te gooien. De bom barst en Saskia vliegt op Jasper af. Ze slaat en krabt. Jasper begint al bij voorbaat te gillen, waardoor moeder uit de keuken komt. Moeder schrikt van wat ze ziet en wordt boos op Saskia.

 



Iedereen wordt wel eens boos en dat is ook heel gezond. Maar wat is nu eigenlijk een goede manier van boos worden? En hoe leert u uw kind de juiste manier van boos worden? Om hier achter te komen gaan we eerst dieper in op welke manier van boos worden er allemaal zijn.


Manieren van boos worden

De verschillende manieren van boos worden kunnen in zes groepen worden ingedeeld:


1. Passiefagressief gedrag. De boosheid wordt niet direct getoond , maar wordt geuit door de persoon op een andere manier terug te pakken. Jasper in het voorbeeld spreekt niet uit dat hij iets anders wil zien, maar gaat Saskia wel op een andere manier dwars zitten door voor het scherm te gaan staan.

2.  Een ongecontroleerde woedeaanval waarbij spullen vernield worden of gewelddadig gedrag ten opzichte van een ander persoon geuit wordt. In het voorbeeld laat Saskia dit zien.

3. Een gecontroleerde woedeaanval. Tijdens deze aanval gaat er niks stuk, maar wordt er wel gescholden en gevloekt. Niet alleen de veroorzaker kan de boosheid over zich heen krijgen, maar ook iemand die toevallig erbij aanwezig is.

4. Een nog meer gecontroleerde woedeaanval. De boosheid wordt geuit, maar er gaat niets kapot en er wordt ook niet gescholden. Wel kan de boosheid op iemand, die toevallig aanwezig is, worden afgereageerd.

5. De boosheid wordt alleen op een directe manier geuit tegen de persoon die het veroorzaakt heeft. Dit kan krijsend en schreeuwend gaan.

6. De beste manier van reageren: in een rustig gesprek de boosheid alleen tegen de persoon die het veroorzaakt heeft uiten. De situatie zo aangenaam en rationeel mogelijk benaderen.

We willen natuurlijk dat kinderen leren om hun boosheid op een eerlijke, open, directe en verbale manier te uiten. Als dit lukt dan zal uw kind in de rest van zijn of haar leven genoeg vaardigheden hebben ontwikkeld om met elke moeilijke situatie om te kunnen gaan. Dat wenst iedereen toch voor zijn of haar kind?

 

Passiefagressief gedrag

Passiefagressief gedrag is het tegenovergestelde van eerlijk, open, direct en op een verbale manier uiten van boosheid. Kinderen van elf jaar en jonger weten vaak nog niet hoe ze boosheid op een betere manier kunnen uiten en gebruiken daardoor veelal de passiefagressieve manier.

Wanneer een kind geleidelijk leert hoe deze de boosheid wel op een goede manier kan uiten, zal het in de meeste gevallen rond het zeventiende levensjaar dit stadium voorbij zijn. Het gaat om een lang rijpingsproces, dat met horten en stoten zal verlopen. Het is heel belangrijk dat een kind leert hoe het zijn boosheid anders kan uiten dan op een passiefagressieve manier. Passiefagressief gedrag is een relatief gemakkelijke strategie van boosheid uiten dat snel een hardnekkig gedragspatroon worden. Bij deze manier van boosheid uiten hoeven bijvoorbeeld moeilijke dingen niet uitgesproken te worden waardoor confrontaties vermeden worden. In toekomstige sociale relaties kan passiefagressief gedrag tot wrijving en ongemakkelijke situaties leiden, omdat er niet naar een oplossing toe gewerkt wordt. De problemen blijven op de voorgrond of juist op de achtergrond door sluimeren.
 

Hoe leert u uw kind een goede manier van boos worden?

Om te beginnen is het belangrijk om zelf het goede voorbeeld geven door uw boosheid op een rustige en gecontroleerde manier te uiten, zodat u uw kind kunt zien hoe het moet. Hij of zij ziet dat het ruzies hanteerbaar maakt en ervaart dat deze manier van boos worden veelal meer oplevert. Natuurlijk worden kinderen af en toe boos en u moet uw kind leren dat dit mag. Wanneer u boos zijn altijd verbiedt, is de kans groot dat uw kind zijn of haar boosheid zal uiten op de passiefagressieve manier.

Op de manier van boos worden kunt u natuurlijk wel feedback geven. Daarbij is het wel van belang om te bedenken welke van de zes manieren uw kind op dit moment gebruikt, zodat u niet te hoge eisen gaat stellen.

Na een aanval van boosheid, door bijvoorbeeld een ruzie, is het raadzaam uw kind eerst de tijd te geven om te kalmeren. Eenmaal gekalmeerd kunt u het gesprek aangaan. Het is belangrijk om eerst de dingen te benoemen die wel goed gingen. Noem zo veel mogelijk goede punten, zodat uw kind het gevoel heeft hij of zij goed bezig is. Vervolgens kiest u één ding uit waarvan u vindt dat het verbeterd moet worden. Één ding is voldoende, omdat gedrag veranderen heel erg moeilijk is. Als u te veel punten zou benoemen, dan zal uw kind veelal niet weten waar het moet beginnen. Bovendien is het heel moeilijk om tijdens een boze bui te bedenken wat je wel en niet mag doen. Het is dan al heel goed als uw kind zich het ene ding kan herinneren en het ook toepast. Het is in veel gevallen minstens een vijfjarenplan en het kan een flink aantal ruzies kosten voordat de ook werkelijk dat ene punt blijvend verbetert.

 

Belangrijk om te weten

Tijdens het feedback geven zijn een paar dingen van belang.

Ten eerste is het belangrijk om alleen het gedrag af te keuren. De gemaakte fouten komen doordat uw kind nog verschillende dingen moet leren en het belangrijkste is dat u niet de emotie of uw kind zelf afkeurt. Met name tijdens de adolescentie is het belangrijk dat een kind een gezond gevoel van eigenwaarde ontwikkelt. Wanneer u kritiek geeft op uw kind als persoon dan is dit een aanval op het gevoel van eigenwaarde. Dit soort aanvallen kunnen erg hard aankomen en leveren zowel voor u als uw kind helemaal niks positiefs op. De moeder in het voorbeeld zou als ze de situatie naderhand met Saskia doorspreekt het volgende kunnen zeggen: "Saskia, ik vind het goed dat je je boosheid hebt geuit. Je hebt goed gevraagd of Jasper aan de kant wilde gaan en je hebt geprobeerd rustig te blijven. Één ding heb je niet goed gedaan en dat is dat je je broertje pijn hebt gedaan. Dat mag niet! De volgende keer mag je boos worden, maar niemand pijn doen." Een foute manier van reageren zou zijn: "Saskia wat ben je toch weer vervelend. Hou op!"


Verder is het belangrijk om u te realiseren dat er een groot verschil is tussen gedrag en woorden. Onder gedrag vallen bijvoorbeeld gewelddadigheden zoals slaan, schoppen en spullen vernielen. Ongewenst gedrag is onacceptabel en mag daarom streng aangepakt worden. Ongewenst woordgebruik kan geleidelijker aangepakt worden.

Daarnaast is het goed om in gedachten te houden dat kinderen het doorgaans goed willen doen als ze het kunnen. Dus de meeste gevallen waarin uw kind zijn of haar boosheid op een ongewenste manier uitte, was dat waarschijnlijk geen onwil, maar onkunde. Het is uw taak om opnieuw instructie en leiding te geven, zodat u uw kind de kans geeft de vaardigheid onder de knie te krijgen.

 

Een grote mond, schelden en vloeken ervaren ouders vaak als een gebrek aan respect. Het is in deze situaties goed om u af te vragen of uw kind u altijd op deze manier behandelt, of dat dit alleen tijdens ruzies gebeurt. Als het alleen tijdens ruzies gebeurt, probeert u het u dan minder aan te trekken en te bedenken dat het goed is dat uw kind zijn boosheid uit. Nu het geuit is, kunt u aanwijzingen geven over hoe uw kind het de volgende keer beter kan doen. Mocht u tot de conclusie komen dat uw kind u vaak zonder respect behandelt, of lukt het u niet alleen om uw kind te helpen beter om te gaan met zijn of haar boosheid, dan kan dit een goede reden zijn om hulp te zoeken.

 

Conclusie

Er zijn zes manieren om boosheid te uiten, waarvan passief agressief gedrag de zwakste is. Het is belangrijk om passiefagressief gedrag rond het zeventiende jaar te hebben afgeleerd, omdat het anders in het verdere leven van negatieve invloed kan zijn.

 

Leer uw kind dat boos zijn mag en geef zelf het goede voorbeeld. Bespreek de manier waarop de boosheid geuit is. Benoem de goede punten en kies elke keer één punt ter verbetering. Het is een rijpingsproces dat vele jaren inneemt. Benoem tijdens het feedback geven het gedrag en niet de persoon, zodat het geen negatieve invloed heeft op het gevoel van eigenwaarde van uw zoon of dochter.

Onacceptabel gedrag mag streng aangepakt worden; ongewenst woordgebruik kan geleidelijker aangepakt worden. Kinderen doen het goed, als ze kunnen. Dus wanneer het fout gaat, komt dit veelal door onkunde. Als uw kind u alleen tijdens ruzies een grote mond geeft, is dit geen reden tot zorgen. Behandelt uw kind u vaak zonder respect , of lukt het u niet alleen om uw kind te helpen beter om te gaan met zijn of haar boosheid, dan kan het raadzaam zijn om hulp te zoeken.

 

 


Bronnen
 

Campbell, R. (2000). Omgaan met Tieners…een kunst apart, Hoofdstuk 7. Wheaton: Victor Books.


Compernolle, T. Lootens, H. & Moggré, R. & Eerden, T van. (1997). Alles went, ook een adolescent, wegwijzer bij het opvoeden van jongeren, T, Tielt: Uitgeverij Lannoo nv.


Greene, R.W. (2008). Het explosieve kind, over opvoeden en begrijpen van snel gefrustreerde en chronisch inflexibele kinderen. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.