Aanmelden
 Wachtwoord vergeten?

Over pesten en gepest worden

Gepubliceerd door Barbara Arbesser op:
donderdag, 24 januari 2008

Eindelijk had Dolf het voor elkaar gekregen: zijn moeder had het mooie shirt van zijn favoriete voetbalclub voor hem gekocht. Helemaal opgetogen pakte hij voor het gymuurtje in de kleedkamer zijn tas uit. Maar wat was dat? Zijn shirt was weg. Hij keek om zich heen, recht in de provocerende grijns van Joey. Dolf zuchtte. Het was alweer zover! Tranen kwamen bij hem op toen hij in een oud vreemd shirt uit de gevonden voorwerpenkist de gymzaal betrad. Toen hij die middag naar huis liep vond hij onderweg naar huis zijn shirt met een scheur erin en besmeurd met modder aan een boom hangen. Joey en zijn meelopers stonden hard lachend te kijken toen Dolf de boom in klom. ‘Dit ga ik echt tegen mijn moeder zeggen!’ bracht Dolf huilend uit toen hij weer beneden was.

Joeys lach vervaagde nu in een grimmig gezicht en hij ging vlakbij Dolf staan en pakte hem bij zijn kraag. ‘’Als je dat flikt… je weet het… 1 keer flikken, 10 keer dood’’. De meelopers lachten.

Naar schatting gaan meer dan 350.000 kinderen tot 18 jaar in Nederland dagelijks gebukt onder pesterijen. Pesten bestaat in allerlei verschillende vormen en kan op veel verschillende plekken voorkomen: op weg naar school, in de schoolpauze, op de sportvereniging en tegenwoordig zelfs via internet. De definitie van iemand die gepest wordt is iemand die herhaaldelijk door andere personen wordt bejegend op een manier waaronder hij of zij lijdt. Het slachtoffer kan zich niet goed verweren, waardoor het soms tot wanhoop wordt gedreven. Dit in tegenstelling tot plagen, wat op een niet structurele manier plaatsvindt en wat door het ‘slachtoffer’ doorgaans niet als erg vervelend wordt beschouwd. Kortom: Wie geplaagd wordt kan er zelf om lachen, wie gepest wordt vergaat het lachen.

In dit artikel wordt geprobeerd wat handvaten te geven voor het signaleren en stoppen van pesterijen bij kinderen op de basisschool.

Profiel van de zondebok
De zondebok, degene die gepest wordt, heeft een aantal kenmerken. Vaak (niet altijd!) is hij of zij lichamelijk wat zwakker of kleiner dan het gemiddelde kind uit dezelfde leeftijdsgroep. Verder is het vaak een onzeker kind dat een minder positief zelfbeeld heeft: het twijfelt bijvoorbeeld aan zijn eigen vermogen op sociaal vlak, aan zijn uiterlijk, sportieve capaciteiten en het vraagt zich vaak af of het wel goed ligt bij andere, in zijn ogen populairdere, kinderen. Het kind dat gepest wordt, is vaak verlegen en laat zich liever leiden dan zelf de touwtjes in handen te nemen, als het bijvoorbeeld gaat om het bepalen van welk spelletje gespeeld gaat worden. Het is eerder geneigd een onderdanige rol aan te nemen. Dit maakt het kind erg kwetsbaar – en andere kinderen hebben dit meestal feilloos door. Pestincidenten vormen dan ook geen uitzondering bij hele jonge kinderen, bijvoorbeeld in de onderbouw van de basisschool.

Profiel van de dader
Er zijn uiteenlopende redenen waarom daders beginnen met pesten. Soms begint het uit pure verveling. Het kan echter ook zo zijn dat de dader frustratie wil afreageren, bijvoorbeeld over spanningen thuis, of jaloezie jegens de zondebok.

Een andere mogelijkheid is dat de dader zelf bang is gepest te worden. De dader in kwestie probeert dan ‘stoer’ en sterk over te komen en de aandacht van andere mogelijke daders af te leiden van zichzelf.

Op de basisschool komt vaak het ‘pikorde’-pesten voor, waarbij een dader zich aan het slachtoffer ‘optrekt’. Hij wil hiermee laten zien dat hij zelf ‘beter’ is of wel bij de populaire kinderen hoort. Deze daders pesten meestal alleen als ze in een groep zijn en zich genoeg gesteund voelen door hun zogenaamde ‘meelopers’.

pestenHoe is pesten te signaleren?
Uit onderzoek blijkt dat het niet altijd gemakkelijk is voor ouders om te herkennen dat hun kind gepest wordt. Veelal gebeurt pesten in de vrije momenten, waarin er geen strenge supervisie van volwassenen is of zodanig subtiel dat het moeilijk te zien is voor de ‘outsiders’. Een ander verschijnsel dat de signalering lastig maakt, is dat niet alle gepeste kinderen er thuis over praten. Deels kan dit voortkomen uit schaamte, en deels uit angst voor consequenties (zoals in bovenstaand voorbeeld van Dolf, die bedreigd wordt door dader Joey).

Toch zijn er een aantal signalen. Vaak heeft een slachtoffer weinig vrienden, is het angstig en heeft moeite met de omgang met leeftijdsgenoten. Dit laatste kan komen door gebrek aan sociale vaardigheden of door een vorm van sociale angst. Het kind heeft vaak in aanwezigheid van andere leeftijdsgenoten ‘slachtoffer-lichaamstaal’, zoals een hangend hoofd, hangende schouders en een blik naar de grond.

Lastiger zelfs nog is het vaak te herkennen of je kind wellicht zelf anderen pest. Als het al herkend wordt, kan het voor veel ouders erg confronterend zijn. Er zijn ouders die de ‘kop in het zand’–methode hanteren. Niet doen! Juist als uw kind zelf een dader is, moet ook ingegrepen worden om te voorkomen dat het kind zich ontwikkelt in een incompetente volwassene met inadequate sociale strategieën. Vaak is actief pesten ook een schreeuw om hulp.
Daders zijn vaak kinderen met een laag probleemoplossend vermogen in sociale situaties, die een hoge mate van actie en uitdaging nodig hebben of feitelijk zelf heel onzeker zijn.

Het vergaren van informatie van derden is een goede manier om erachter te komen of een kind pest of gepest wordt. Dit kunnen leraren, andere ouders, trainers op de sportvereniging of soms andere klasgenootjes zijn.

Wat is te doen aan pesten?
Was het er maar, dat toverstokje waarmee na een keer zwaaien alle pesterij van de aardbodem was verdwenen. Helaas is het, zoals bij veel problemen, niet zo eenvoudig. Echter: als ouder sta je niet machteloos.

Als uw kind gepest wordt:
• Geef het kind thuis de waardering die hij of zij verdient. Maak het kind duidelijk dat het niet zijn fout is dat het wordt gepest en maak het kind duidelijk dat pesten niet een alledaags ongemak is waar het maar mee te leven heeft. Zorgt u ervoor dat het kind zich door u geliefd voelt.
• Vraag uw kind naar de precieze locatie, toedracht en aard van de pesterijen. Belooft u hierbij vertrouwelijk met de informatie om te gaan, maar vertel ook dat het van belang is dat de leraar en andere invloedrijke volwassenen op de hoogte zijn.
• Praat erover met de leraar, trainer, oppas of andere ouders, eventueel samen met uw gepeste zoon of dochter. Zorgt u ervoor dat zoveel mogelijk andere competente volwassenen op de hoogte zijn, zodat er gemakkelijker ingegrepen kan worden.
• Het is wellicht niet altijd raadzaam om zelf de directe confrontatie met de dader aan te gaan. De dader kan zich ‘verlinkt’ voelen en het hierdoor op ongemerkte momenten nog zwaarder maken voor de zondebok. Wat u wel kunt doen is waakzaam zijn tijdens interactiemomenten onder uw supervisie en zodra u zelf getuige bent van een pesterij, de dader apart nemen en erop aanspreken. Probeert u zoveel mogelijk de dader te laten inzien hoe verkeerd zijn of haar gedrag is, bijvoorbeeld door de situatie om te draaien (‘Ik weet dat jij groter en sterker dan Dolf bent, maar hoe zou jij de voelen als iemand die groter en sterker is dan jij na schooltijd…’).
• Voor uw gepeste kind is het van belang om zijn eigen grenzen te kennen. Leert u uw kind deze duidelijk aan te geven (bijvoorbeeld hard roepen: ‘hou daarmee op!’).
• Ook is het voor uw gepeste kind van belang om zijn eigen zelfvertrouwen te vergroten. Sessies met een psycholoog, orthopedagoog of bepaalde antipestprogramma’s kunnen hierbij helpen.

Als uw kind zelf anderen pest:
• Geef uw kind waardering voor kleine dingen die het doet (bijvoorbeeld: Wat heb je de tafel toch weer mooi gedekt, Joey”). Hoewel het misschien lastig kan zijn en wellicht veel gemengde gevoelens oproept, kunt u op deze manier aan uw uw kind te merken dat u het waardeert als persoon. Dan hoeft het deze waardering niet ergens anders te halen, bijvoorbeeld van meelopers.
• Het is het pestgedrag dat u afkeurt, niet het kind zelf. Maak uw kind dit duidelijk. Praat met uw kind over pesten en de negatieve invloeden ervan. Indien u dit lastig vindt, doet u het samen met een andere volwassene waar uw zoon of dochter een goede relatie heeft. Als uw kind dus bijvoorbeeld een hekel heeft aan zijn juf of meester, is deze wellicht niet de meest geschikte persoon hiervoor.
• Zorg dat uw kind in zijn vrije tijd genoeg leuke, geweldvrije activiteiten heeft waarin het zichzelf kan bewijzen. Dit kan bijvoorbeeld zijn op een sportvereniging in teamverband met een vriendschappelijk competitief element, zoals judo of tennis. Kies uiteraard een sport waar uw kind zich prettig bij voelt.
• Probeer in de huiselijke sfeer niet teveel agressieve prikkels te hebben. Vermijd bijvoorbeeld harde ruzie met uw partner in de nabijheid van uw kind. Zo creëert u een gezonde omgeving waar het kind een goed voorbeeld aan heeft.
• Ook daders kunnen baat hebben bij sessies met een psycholoog, orthopedagoog of een sociale vaardigheidstraining, waar ze leren beter in hun vel te zitten en het pesten niet meer nodig hebben om een goed gevoel over zichzelf te krijgen.

Referenties:
• Fekkes, M., Pijpers, F.I.M. & Verloove-Vanhorick,S.P. (2005). Bullying: who does what, when and where? Involvement of children, teachers and parents in bullying behaviour. Health education research, 20, 1. 81-91.
• Olweus, D. (1993). A research defintion of Bullying. Boston: Blackwell Publishing
• http://www.daltonvoorburg.nl/studiecentrum/advies/pesten
• Eigen ervaringen als orthopedagoog