Aanmelden
 Wachtwoord vergeten?

Stress in de adolescentie - is het een probleem?

Gepubliceerd door Eveline Groeneveld op:
donderdag, 24 januari 2008

De adolescentie is voor veel jongeren een van de meest turbulente tijden in het leven. Op lichamelijk, cognitief en sociaal gebied verandert er in deze periode van alles. De adolescent laat de kindertijd achter zich, maar past nog niet direct in de volwassen wereld. Sommige jongeren ervaren de adolescentie dan ook als een tijd van “tussen de wal en het schip vallen”. In korte tijd verandert er vaak zoveel dat het voor de adolescent lastig is om ermee om te gaan.Het gevolg hiervan is dat veel adolescenten stress en angst ervaren. Wanneer is stress een probleem? Reageert iedere jongere hetzelfde op stress? En wat is eraan te doen, behalve in bed kruipen en deze periode ‘uitzitten’? Op deze vragen wordt geprobeerd in dit artikel antwoord te geven.

Gezonde en ongezonde stress
Stress is een onprettig gevoel, op elke leeftijd. In de adolescentiefase draaien de stresshormonen overuren en daarom is het een belangrijke ontwikkelingstaak om te leren om op een goede manier met deze spanning om te gaan.

In deze periode krijgt een jongere langzaam meer verantwoordelijkheden en zelfstandigheid en dit is een goede gelegenheid om te leren om stress te reguleren. Het is belangrijk om op te merken dat overmatige stress een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid en de ontwikkeling. Daarentegen is en beetje stress juist heel gezond, omdat dit de adolescent juist voorbereidt op de volwassenheid. De jongere kan namelijk pas leren omgaan met spanning als hij er daadwerkelijk mee te maken krijgt.

Het verschil tussen gezonde en ongezonde stress ligt in de frequentie en hevigheid. In het geval dat een jongere regelmatig ervaart dat hij of zij de spanning niet meer op een goede manier het hoofd kan bieden, kunnen er problemen ontstaan. Het is in dat geval mogelijk dat de adolescent verkeerde strategieën ontwikkelt om met de stress om te gaan. Een voorbeeld hiervan is drinken of het gebruiken van drugs, enkel om stress te verminderen of om het zelfvertrouwen te vergroten. Wat “teveel” stress is, verschilt natuurlijk per adolescent. De een ontwikkelt al vroeg gezonde technieken om spanning te reguleren (dit noemen we dan een stressbestendig persoon) en de ander heeft meer moeite met de hoeveelheid prikkels die hij of zij te verwerken krijgt.

Teveel stress kan de ontwikkeling belemmeren, omdat de factoren die de spanning veroorzaken in dat geval zoveel energie opslokken, dat er te weinig aandacht besteed kan worden aan de andere ontwikkelingstaken die in de adolescentie op het programma staan. Een meisje kan bijvoorbeeld zoveel last hebben van faalangst (ontwikkelingstaak: de adolescent moet leren om kosten en baten af te wegen, keuzes te maken en efficiënt te werken), dat de sociale en romantische ontwikkelingstaken er gedeeltelijk bij inschieten (bijvoorbeeld, omdat de vrije tijd voornamelijk wordt gebruikt om te leren voor school in plaats van om met vrienden om te gaan en te daten).

Risicovol gedrag en risicovol denken: verschillen tussen jongens en meisjes
Het lijkt erop dat jongens en meisjes in de adolescentieleeftijd op een verschillende manier met stress proberen om te gaan. De problemen die kunnen ontstaan als gevolg van teveel stress verschillen daarom ook voor deze twee groepen. Bij jongens ontstaat er in de adolescentiefase een belangrijke relatie tussen gezondheidsproblemen en stress: vanwege stress gaan sommige jongens zich uitdagend, onvoorzichtig of agressief gedragen. Het blijkt jongens die veel stress ervaren hierdoor meer ongelukken krijgen dan gemiddeld. Daarnaast zullen jongens eerder naar drank en drugs grijpen om de stress het hoofd te bieden en zichzelf weer lekker ontspannen te voelen. Het is duidelijk dat jongeren die onder invloed zijn van drank of drugs gemiddeld grotere risico’s nemen en zich in gevaarlijkere situaties begeven. Jongens die met stress te kampen hebben, hebben daarom een grotere kans op ongelukken dan meisjes die spanning ervaren.

Meisjes daarentegen zijn ook niet vrij van problemen. Zij hebben eerder de neiging om te gaan piekeren. Net zoals het uitdagende gedrag dat gestresste jongens vertonen kan worden omschreven als “risicovol gedrag”, kan het piekeren dat bij meisjes veel voorkomt, worden gezien als “risicovol denken”. Uit onderzoek blijkt dat piekeren niet leidt tot een goede oplossing van het probleem. Vanwege het piekeren verdrinken veel meisjes in de details van een probleem en zien geen logische uitweg meer. Het piekeren zet het probleemoplossend vermogen als het ware “op slot”. Daarbij komt dat meisjes elkaar regelmatig stimuleren in het piekeren door samen oneindig over kleine of grote problemen te discussiëren zonder tot een plan van aanpak te komen. Bij jongens is het tegenovergestelde het geval. In de adolescentiefase worden jongens gemiddeld genomen door vrienden minder gestimuleerd om te praten over hun problemen en gevoelens, vooral niet over zaken die specifiek in deze levensfase aan de orde komen, zoals lichamelijke veranderingen en seks. Het gevoel er alleen voor te staan of de enige op de wereld te zijn die iets overkomt, is daarom kenmerkender voor jongens dan voor meisjes.

Over het algemeen zijn meisjes kwetsbaarder dan jongens als het gaat om het ervaren van stress. Meisjes zijn niet alleen gestresst, maar dezelfde problemen roepen ook meer spanning op. Samenvattend kan worden gezegd dat overmatige stress zich bij meisjes vaker uit in internaliserende problemen (piekeren, depressie, angst, negatief denken, dwangmatig met eten bezig zijn, etc) en bij jongens vaker in externaliserende problemen (agressie, drank- drugsgebruik, etc). Deze relatie tussen stress en problematiek is niet eenzijdig. De stress lokt hier niet alleen het probleemgedrag uit; het probleemgedrag kan ook de stress laten verergeren.

Gelukkig blijkt hevige stress niet algemeen voor te komen in de adolescentieleeftijd. Wel zorgwekkend is dat erg veel jongeren met een grote regelmaat last hebben van spanning, veel vaker dan jongere kinderen en jong volwassenen die net uit de adolescentiefase zijn. Het is daarom verstandig om altijd een vinger aan de pols te houden en na te gaan of de adolescent de spanning nog aankan.

Strategieën om met stress om te gaan
In bovenstaande alinea zijn enkele voorbeelden genoemd van manieren van omgaan met stress die we liever niet zo vaak willen zien. Door te drinken of diep in zijn schulp te kruipen, ontwikkelt de adolescent geen goede technieken om de stress het hoofd te bieden. Gelukkig maken veel jongeren wel gebruik van goede strategieën om met stress om te gaan. Zelfs adolescenten die een mix van effectieve en minder effectieve strategieën gebruiken, hebben meestal (onder normale omstandigheden) weinig last van problemen. Maar wat zijn nu goede technieken om spanning te verminderen?

Het lijkt misschien een open deur, maar het zoeken van afleiding is een goede manier om de spanning weg te laten vloeien en het piekeren even stop te zetten. Na een beetje rust lijken de problemen vaak veel minder groot en op een moment dat je je rustig voelt, is het veel gemakkelijker om helder en rationeel na te denken over wat er moet gebeuren. Uit onderzoek blijkt dat het goed kan zijn om even te gaan sporten na een spannende of hectische dag. Dit biedt afleiding en is ontspannend voor de geest. Regelmatig sporten blijkt ook goed te zijn voor het zelfvertrouwen en jongeren met veel zelfvertrouwen hebben meestal minder last van stress. Zij ervaren namelijk minder vaak problemen, omdat ze het gevoel hebben dat ze in staat zijn om taken tot ene goed einde te brengen.

In het verlengde hiervan ligt de tweede positieve strategie: ontspanning zoeken. Af en toe lekker ontspannen is onmisbaar, vooral in een periode waarin het leven zo snel aan je voorbij lijkt te gaan. Tot slot is het goed om hulp te zoeken en te praten over de problemen of zorgen. Het is belangrijk om dit op een effectieve manier te doen, dus om niet te piekeren. Streef ernaar om snel tot een oplossing te komen en niet te verzanden in details en gevoelens.

Wat kunnen ouders en leerkrachten doen?
In de adolescentieleeftijd zijn de schoolprestaties en de schoolomgeving belangrijke veroorzakers van stress. Op veel scholen wordt aandacht besteed aan faalangst. Deze faalangstcursussen kunnen zeer positief zijn voor jongeren die moeite hebben om stress het hoofd te bieden. Tijdens een faalangsttraining wordt meestal aandacht besteed aan strategieën om beter om te gaan met spanning en negatieve gedachten. Faalangst gaat namelijk hand in hand met stress en piekeren. Als de spanning regelmatig te hoog oploopt, kan het dus de moeite waard zijn om te informeren of de school een faalangsttraining aanbiedt.

Als ouder is het belangrijk om de jongere te leren om effectieve strategieën te gebruiken om met stress om te gaan. Door zelf gebruik van maken van deze strategieën en te benoemen wat je doet (zo, ik moet even ontspannen na dit emotionele telefoongesprek) kan de adolescent de kunst afkijken. Als de spanning echt uit de hand loopt, is het meestal moeilijk om nog tot de jongere door te dringen. Probeer daarom in te grijpen en invloed uit te oefenen voordat de emoties te hoog zijn opgelopen. Als de adolescent ervoor open staat, is het erg goed om samen de oorzaak van de spanning te bespreken en om daarbij een oplossingsgerichte strategie te gebruiken.

Referenties

Witt, D. E. (2007). Puberty, Hormones, and Sex Differences in Alcohol Abuse and Dependence. Neurotoxicology and Teratology, 29, 1, 81 – 95.

Robinson, M., & Cook, P. (1993). Stress in Adolescents. Counselling Psychology Quarterly, 6, 3, 217 - 228.

Jose, P.E., Brown, I. (2008). When does the Gender Difference in Rumination Begin? Gender and Age Differences in the Use of Rumination by Adolescents. Journal of Youth and Adolescence, 37, 2, 180–192.

Broderick, P.C. (1998). Early adolescent Gender Differences in the Use of Ruminative and Distracting Coping Strategies. Journal of Early Adolescence, 18, 2, 173–191.

Hampel, P., & Petermann, F. (2005). Age and Gender Effects on Coping in Children and Adolescents. Journal of Youth and Adolescence 34, 2, 73–83.

Jose, P.E., & Ratcliffe, V. (2004). Stressor Frequency and Perceived Intensity as Predictors of Internalizing Symptoms: Gender and Age Differences in Adolescence. New Zealand Journal of Psychology, 33, 3, 145–154.

Robinson, M. S., & Alloy, L. B. (2003). Negative Cognitive Styles and Stress-reactive Rumination Interact to Predict Depression: A Prospective Study. Cognitive Therapy and Research, 27, 5, 275–292.